Leer meer • Werk

Werk: omgaan met vage verwachtingen

“Kun je hier even naar kijken?” “Dit moet eigenlijk wel af deze week.” “Gebruik je eigen inzicht.”

Voor sommige mensen zijn dit normale werkzinnen. Voor anderen zijn het open eindes die blijven doorzingen — lang nadat het gesprek voorbij is. Dit artikel gaat over hoe je die vaagheid kleiner maakt, zonder dat het bot of defensief wordt.

Veel mensen met gemaskeerd autisme zijn goed in hun werk. Juist daarom krijgen ze vaak vage opdrachten. Er wordt impliciet vertrouwd op hun verantwoordelijkheid, overzicht en inzet.

Het probleem is niet dat je het werk niet kunt. Het probleem is dat onduidelijkheid cognitief duur is. Je blijft nadenken over wat er wordt verwacht, wat “goed genoeg” is, en of je iets over het hoofd ziet.

Dat kost energie — vaak meer dan het werk zelf.

Waarom vage verwachtingen zo zwaar kunnen zijn

Vage opdrachten betekenen dat je brein zelf de gaten moet vullen. Dat vraagt continu bijsturen:

  • Wat is precies de bedoeling?
  • Wanneer is dit ‘af’?
  • Hoe belangrijk is dit ten opzichte van andere taken?
  • Wat gebeurt er als ik het anders aanpak dan verwacht?

Als je daarnaast ook nog sociaal wilt afstemmen, fouten wilt voorkomen en professioneel wilt overkomen, staat je systeem eigenlijk permanent “aan”.

Belangrijk om te weten

Duidelijkheid vragen is geen teken van onzekerheid of onkunde.

Het is een manier om kwaliteit te leveren zonder jezelf op te branden.

Wat vaak misgaat

Veel mensen proberen vaagheid intern op te lossen. Je denkt: ik zoek het zelf wel uit. Ik ga geen lastige vragen stellen. Ik lever gewoon iets goeds op.

Dat leidt vaak tot één van deze situaties:

  • je doet veel meer dan nodig was
  • je blijft twijfelen of het goed genoeg is
  • je past eindeloos aan “voor de zekerheid”
  • of: het blijkt toch niet te zijn wat men bedoelde

Dat voelt extra frustrerend, omdat je wél hard hebt gewerkt.

Wat meestal beter werkt

Het helpt om vaagheid niet groter te maken, maar kleiner. Niet door alles uit te pluizen, maar door één of twee dingen expliciet te maken.

Je hoeft het niet te framen als “ik snap het niet”, maar als afstemming.

Concrete zinnen die vaak goed werken

Om scope te verkleinen

“Wil je dat ik dit globaal aanpak, of juist in detail?”

“Is dit bedoeld als eerste versie, of al bijna definitief?”

Om prioriteit te checken

“Wat heeft nu voorrang: dit of X?”

“Wanneer wil je hier uiterlijk iets van zien?”

Om ‘done’ concreet te maken

“Wanneer is dit voor jou goed genoeg?”

“Waar ga je dit uiteindelijk voor gebruiken?”

Een kleine strategie die vaak veel rust geeft

Je kunt ook kiezen voor één korte terugkoppeling, zonder discussie te openen:

“Ik pak dit zo aan: A → B → C. Als dat past, ga ik verder.”

Dit geeft de ander de kans om bij te sturen — zonder dat jij hoeft te gokken.

Tot slot

Vage verwachtingen zijn niet jouw fout, maar ze komen vaak wél bij jou terecht. Zeker als je betrouwbaar en betrokken bent.

Duidelijkheid vragen is geen zwakte. Het is een manier om goed werk te leveren zonder dat je hoofd de hele tijd hoeft aan te staan.

Verder lezen: masking en cognitieve belasting sluiten hier vaak op aan.