Wat is hoogfunctionerend autisme?
De term hoogfunctionerend autisme wordt veel gebruikt, maar zelden goed uitgelegd. Vaak roept hij meer vragen op dan hij beantwoordt. In dit artikel lees je wat mensen er meestal mee bedoelen, waarom de term tekortschiet, en hoe er tegenwoordig vaak anders naar gekeken wordt.
Met hoogfunctionerend autisme bedoelen mensen meestal autistische personen die geen verstandelijke beperking hebben en die op het eerste gezicht zelfstandig functioneren. Ze kunnen praten, studeren of werken, wonen zelfstandig en redden zich in het dagelijks leven.
De term is nooit officieel bedoeld als diagnose. Hij wordt vooral gebruikt in gesprekken, in de media en soms ook in de zorg, als een manier om aan te geven: “het gaat ogenschijnlijk goed”. Juist daar zit ook het probleem.
Wat bedoelen mensen er meestal mee?
In de praktijk verwijst hoogfunctionerend autisme vaak naar een combinatie van factoren:
- geen verstandelijke beperking
- gemiddeld tot hoog cognitief niveau
- verbaal vaardig
- zelfstandig in wonen, werk of studie
Dit zegt echter vooral iets over wat iemand kan laten zien, niet over wat iets kost. Twee mensen kunnen dezelfde dag doorkomen, dezelfde baan hebben of hetzelfde gesprek voeren, terwijl de interne belasting totaal verschillend is.
Waarom de term beperkt is
Het woord functioneren suggereert iets objectiefs: het gaat goed of het gaat niet goed. In werkelijkheid is functioneren vaak situationeel en tijdelijk. Veel mensen kunnen lange tijd doorgaan, zolang ze compenseren, aanpassen en herstellen — tot dat niet meer lukt.
De term hoogfunctionerend kan er onbedoeld toe leiden dat:
- overbelasting minder snel wordt herkend
- ondersteuning te laat of niet wordt aangeboden
- iemand zichzelf blijft pushen omdat het “toch zou moeten lukken”
Het label zegt weinig over stress, prikkelverwerking, herstelbehoefte of hoe kwetsbaar het systeem eigenlijk is.
Masking en compensatie
Veel mensen die als hoogfunctionerend worden gezien, maken intensief gebruik van compensatiestrategieën. Dat kan betekenen dat je sociaal gedrag analyseert, reacties voorbereidt, jezelf corrigeert of prikkels structureel negeert.
Dat kan effectief zijn, soms jarenlang. Maar het vraagt vaak continu cognitieve en emotionele inspanning. Wat voor de omgeving voelt als “het gaat toch prima”, kan voor de persoon zelf aanvoelen als voortdurend aanstaan.
Wanneer die compensatie niet meer vol te houden is, kan iemand alsnog vastlopen — soms onverwacht, ook voor zichzelf.
Een andere manier van kijken
Steeds vaker wordt daarom voorgesteld om minder te spreken over hoog- of laagfunctionerend, en meer over ondersteuningsbehoefte en belastbaarheid.
Niet: “kan iemand dit?” Maar: “wat kost dit, en wat is er nodig om dit vol te houden?”
Die verschuiving maakt ruimte voor nuance. Iemand kan op papier zelfstandig zijn en tegelijk veel ondersteuning nodig hebben om niet over grenzen te gaan.
Tot slot
Hoogfunctionerend autisme is geen vaststaand profiel. Het is een term die vaak gebruikt wordt om iets te benoemen, maar die weinig zegt over wat er onder de oppervlakte gebeurt.
Voor veel mensen helpt het om voorbij het label te kijken en te onderzoeken wat werkt, wat uitput en wat nodig is om duurzaam te blijven functioneren — in welke vorm dan ook.